Over Kanongebulder 1627

Ontdek het verhaal achter de Grolse kanonnen. Hier leest u meer over de passie, het vakmanschap en de unieke geschiedenis die schuilgaat achter elk handgemaakt kanon.

Mijn reis in de houtbewerking

Mijn interesse in het maken van Grolse kanonnen begon toen ik als timmerman samenwerkte met Frans Nijkamp bij Reukers Bouwbedrijf. Frans maakte deze kanonnen al jaren en was tevens een buurman en brandweercollega, waardoor we elkaar al zo'n 40 jaar kenden. Toen ik in 2021 met pensioen ging, vroeg Frans of ik geïnteresseerd was om het maken van de kanonnetjes over te nemen. Ik besloot het te proberen en kreeg een model van Frans met de woorden: "Probeer die maar eens na te maken en dan moet je maar kijken of je er wat voor voelt."

Geduld en vakmanschap

Je moet er gevoel voor hebben en veel geduld. Het is een ontzettend prutswerk, een "tuntelwark". Reken erop dat je met één kanon twee tot twee en een halve dag bezig bent, zo'n 17 tot 18 uur. Inmiddels ben ik er handiger in geworden dankzij Frans, die me al zijn malletjes, beitels en koperwerk heeft gegeven. Mijn werkplaats is er volledig op ingericht. Ik heb er zeker al 45 gemaakt. Ze gaan naar de Slag om Grolle, de VVV, en er zijn er al verscheept naar Engeland, Duitsland en Canada. Er staan heel wat Grolse kanonnen verspreid over de wereld, vaak meegenomen door Grollenaren die zijn uitgevlogen.

Unieke modellen en technieken

Het mooiste vind ik dat ik twee modellen maak: een groter en een kleiner formaat. Alles wordt gemaakt van eikenhout, volledig op schaal van het kanon uit 1575 dat op de kanonsbulten staat. Binnenkort wil ik op deze website, Kanongebulder 1627, allerhande zaken laten zien rondom het maken van de Grolse kanonnen. Ik geef nog niet alles weg, want Frans had ook nog een eigen techniek voor het ijzerwerk rondom de wielen. Ik ben het toen iets anders gaan doen, waarop Frans zei: "A'k dat zestig joar eerder had ewettten, had ik 't ok op dee manere edoan." Een echte Hennie van de Mosselaar is herkenbaar aan de initialen HVDM op de onderkant van elk kanon.

"Dit is't eworden, moar 't is mien wal een betjen tegen evallen, want d'r zit meer wark in dan wat ik edach had, moar ik vind 't wal leuk, dus ik wil 't wal van oe oavernemmen."

Hennie van de Mosselaar over zijn eerste Grolse kanon